…? Zeg maar Jacoba.

Na onze plons moet en zal ik een gedicht schrijven op het strand, de tekstflarden tollen in mijn hoofd. Christina wacht geduldig, maar als ik klaar ben heeft ze iets onrustigs, iets haastigs: ‘Kom we moeten nog naar Muxia’. Ik vertrouw Jacob, alles is precies zoals het moet zijn en het zal gaan precies zoals het moet gaan. Ik hou er wel het gas erop, want ik gun ons de zon onder te zien gaan in Muxia.

Als de golven machtig waren in Finsterre, in Muxia komen ze uit het land van het Jacobsbeeld. Ze zijn reusachtig! Majestueus rollen ze door tot ze over zichzelf heen tuimelen en een nieuwe wereld van een weg zoekend schuim creëren. Aan die kust staat een kerk, met zijn deuren naar het water, alsof uit dat water mensen worden verwacht die naar een mis willen komen. In het schemerdonker wandelen we in vlot tempo naar het gebouw. De deuren zijn gesloten. We zijn te laat.

Terwijl we genieten van het oceaan geweld en van de architectuur lopen we rond het gebouw en probeer ik elke deur. Bij de laatste de deur wordt ik aangesproken door één van de anderen die er verpozen. Uit hun Spaans begrijp ik dat dit inderdaad de deur is die als ingang wordt gebruikt en dat de kerk morgen weer open is. Ik hoor binnen geluiden. ‘Jacob!!!’, roep ik over het gedonder van de golven heen en om hem een handje te helpen klop op de deur. En dan nog eens. Bescheiden gaat de deur open. Het blijkt de koster die schoonmaakt. Met gebaren vraag ik of we alsnog binnen mogen komen voor een gebed en om de kerk te mogen zien. Iets in de situatie doet de man besluiten ons binnen te laten.

De kerk is mooi, bijzonder, maar ik voel niet de ruimte om hem op mijn gemak te bekijken. Ik zie direct het Jacobsbeeld staan en loop ernaar toe. Het beeld bevalt me, één van de mooiere en sympathiekere die ik heb gezien. De gewoonte om elke dag tot Jacob te bidden heb ik mij echt eigen gemaakt en ik denk dat het zal gaan missen. Het is een prettig moment van tot mijzelf komen. De rust in mij te ervaren en gewaar te zijn wat voor mij op dat moment belangrijk is. Dit is de laatste keer dat ik op deze tocht zo’n gebed zal doen en ga ervoor op m’n knieën.

Ik zie het gezicht van het beeld met mijn geestesoog als ik mijn ogen sluit en begin mijn gebed: “Jacob, dank voor…” en dan gebeurt het. Iets wat ik niet had kunnen bedenken en iets waar ik niet op was bedacht. Hier aan deze heidense heilige kust zit een een protestantse atheïst met gevouwen handen bij een heiligen beeld. een heilige waaraan hij had gevraagd: “…mag ik Jacob zeggen?”. Hier en nu krijg ik mijn antwoord. Voor ik door heb wat er gebeurd verwisseld het beeld van van de heiligman in het gezicht van mijn grootmoeder, overleden in 1997. Ik breek. Ik huil. Ik heel. Rechts naast haar ben ik mijn grootvader gewaar. Links achter haar mijn vader, twee jaar geleden gestorven en zoals ik hem ken alleen voelbaar, aanwezig. Ik ervaar hem stil op de achtergrond, maar dit keer vredig en liefdevol. De tranen blijven maar komen.

Ik heb me altijd beschermd gevoeld, tot mijn leven in 1992 een andere wending nam. ‘Losing my Religion’, een song van R.E.M. was het jaar ervoor uitgebracht met de tekst: ‘That’s me in the corner, that’s me in the spotlight, losing my religion‘. Met alle hartenzeer, vergissingen en domme beslissingen in die tijd ervoer ik hoe ik dat gevoel van beschermd zijn verloor. De tekst gaf precies weer hoe ik het voelde en wat ik ook deed, of nadien heb ondernomen, het is nooit hersteld.

En hier, op mijn knieën, mijn vader en zijn ouders zo voelbaar en voor mij zichtbaar aanwezig. Maria van de knopen heeft haar werk gedaan. De knoop is los en laat zich verder ontrafelen. Op dat moment gaan mijn gedachten vooral ook naar Giovanna, naar Christina, naar Ralf en naar alle anderen die hun liefdes verloren hebben en ik vraag mijn grootmoeder ook voor hen te doen wat ze kan. Ik voel dat dat weinig is, maar alleen al door die intentie zo te vormgeven heelt in mij iets van het verdriet dat ik voel als ik aan hun verhalen denk.

Mijn grootmoeder heet Jacoba. Zoals gezegd, ik heb de plot niet bedacht. Bij haar graf heb ik me dit wel gerealiseerd. Ik ben een atheïst. Ik geloof niet in God of een leven na de dood. Dat ik mijn grootouders en vader zie en ervaar is omdat zij ìn mìj leven. Mijn bedevaart heeft me naar een plaats en een moment gebracht dat me bevrijd op zo’n diepe manier die ik mij wel heb kunnen voorstellen, maar in 25 jaar niet heb kunnen vinden. Het resultaat? Vraag me dat over een half jaar eens.

Ik heb de kerk voor mij alleen. Christina is naar buiten gelopen. De koster is allang klaar, maar brengt bescheiden de rust op om mij door mijn pijn, verdriet en geluk heen te laten gaan. Dertig minuten eerder en ik had de kerk gedeeld met andere bezoekers. Tien minuten later en de koster was weggeweest. Alles ging precies zoals het moest gaan en ik stel me Jacoba hard lachend voor terwijl ze dit zat te bekokstoven en regelen.

Buiten ga ik naast Christina op een muurtje, ik deel (opnieuw in tranen) mijn ervaring met haar. De lucht aan de einder is rodiggrijs. Een reeks kleine wolkje hangen op min of meer dezelfde hoogte een stukje boven die scheiding van hemel en land, als middeleeuws notenschrift. Ik probeer de gregoriaanse melodie in mijn hoofd te zingen, maar weet dat ik gelukkig nu nog aan de verkeerde kant van die streep zit om die muziek te bevatten. Het derde steentje werp ik tussen de rotsen, het heeft zijn magie volbracht. Thuis zal ik een nieuw steentje halen van mijn oma’s graf en samen met een steentje van Finsterre op het paaltje leggen. Het is volbracht.

Hier stopt mijn bedevaart. Twee dagen later worden mijn fiets en tassen thuis gebracht en denk ik terug aan mijn avontuur en aan de zin die ik ergens op een muur geschreven zag: ‘Whatever peace you may have found here on the Camino, remember, it is the same peace you have brought here.’

 

Tot slot, aan alle lezers, bedankt voor jullie interesse en jullie financiële bijdrage via EU subsidies aan de Camino (het is Europees erfgoed). Er zijn mooi paden van aangelegd. Kerken zijn ervan gerestaureerd en voorzieningen aangebracht. Jaarlijks lopen er 300.000+ mensen over die wegen en hun aantal groeit elk jaar. Er zijn vaak zeer persoonlijke ontmoetingen tussen mensen van over de hele wereld, ontmoetingen met geschiedenis en tradities, ontmoetingen met de vriendelijke en helpende mensen die er leven en voor velen misschien nog wel het meest belangrijk: ontmoetingen met zichzelf. Nogmaals bedankt.