Santiago – deel 2

Wanneer ik om het machtige bouwwerk heen loop zie ik Christina staan. Ze heeft net haar pelgrimsbewijs opgehaald. Al sinds Haarlem verzamel ik stempels in een pelgrimspaspoort. Om een bewijs van je pelgrimage te krijgen wordt je verwacht, als wandelaar, van de laatste 100 km twee stempels per dag te hebben. Een detail dat mij zonder de voorbereidingen van Christina volledige zou zijn ontgaan.

Op het service bureau ontmoet ik Fernando opnieuw en ook de twee Californische meiden. Eén van de klerken heeft blijkbaar een ongelovige bui. Britney krijgt geen certificaat. Ze wordt niet geloofd dat ze de 108 km in drie dagen heeft gelopen. Na de nodige protesten en getuigenissen uit de rij gaat ook zij met een toegangsbewijs om t.z.t. aan Petrus te laten zien, de deur uit.

Na vlot mijn documenten en rugzak naar het hotel te hebben gebracht, spoed ik me naar de pelgrimsmis. In het Spaans ik ontvang de zegen. Van de toespraak van de priester begrijp ik alleen dat hij hoopt dat we de sfeer en wijze van leven op de Camino mee naar huis nemen als we daar onze pelgrimstocht vervolgen.

En dan Jacobus…
Sinds ik met Christina wandel ben ik opgehouden te lezen en voor te bereiden. Die taak heeft zij op haar genomen. Het blijkt dat het beeld van Jacobus onderdeel is van het altaarstuk. Via een trap van twee zijden kun je het beeld van achter benaderen en omhelzen. Stel je hierbij voor dat je de torso van een zilver met goud versierde reus, zeg twee keer jou grootte van achter een knuffel geeft. Dit alles omringt met kleurig beschilderde engelen die uit een naburig reuzen-land komen van de goedheiligman, waar alle wezens nogmaals dubbel zo groot zijn. Terwijl achter je staan nog eens dertig mensen te wachten om zich over te geven aan ditzelfde ongemakkelijke ritueel.

Dit is dan het moment. Hiervoor heb ik 1900 kilometer gefietst en 300 km gewandeld. Wat er door mij heen gaat is dat er ooit een man, tweeduizend jaar geleden geprobeerd heeft, in navolging van zijn leermeester de mensen voor te bereiden op betere tijden. Zijn hoofd werd er voor afgehakt en nu, verworden van apostel, tot heilige, tot symbool weet hij mij nog steeds te inspireren dat te doen, wat nodig is om die betere tijden waar te maken.

Mijn idee? Hij zou die praal gek gevonden hebben, al dat gewandel zou hij waarderen. Liever nog zou hij graag zien, denk ik, dat we, dat ik, actie ondernemen. Al met al een andere finale dan ik me had voorgesteld.

Ik heb dan ook nog geen idee van wat er nog komen gaat.

Na de dienst brengen we Fernando naar zijn bus die hem naar de Spaanse hoofdstad zal brengen. Het is zondagavond, morgen moet hij werken. Christina en ik gaan aan de tapas en aan een fles wijn.