Ontmoetingen

Ralf is echt te grappig. Een deugniet van 66. Levenskunstenaar noemt hij zichzelf. Hij heeft zichzelf gepensioneerd met zijn 46ste en is van zijn uitkering met zijn eigen handen een huis gaan bouwen. Op de stuurtas zit onder het plastic een foto van zijn vrouw met een kleinkind. Zij is in februari overleden. In Augustus heeft hij bij Berlijn zijn fiets gepakt, een roestig barrel uit 1966. Gewoon een fiets, geen versnellingen en rijdt daarmee nu de tocht die hij jaren geleden met zijn vrouw reed. Na Santiago naar Portugal. Hij wil nog niet naar huis. Hij hoopt dat zijn fiets Santiago haalt.

Ook Giovanna is haar partner verloren. Ze spreekt niet veel, maar als we een moment alleen zijn en ik haar vraag: ‘Camino, perché?’. Laat ze me haar dubbele trouwring zien. ‘Cancro’ voegt ze eraan toe. Ik leg mijn hand op haar schouder en zitten we zwijgend bij elkaar. De tranen staan even stil in haar ogen.

Een moment later spreek ik Emanuella. Ik wil bij haar zijn. Ze is sterk en moet dit doen. Ze was m’n baas, maar we zijn vrienden geworden op deze tocht.

In Frankrijk sprak ik een Mathew, eén Engelse jongen. Hij is na zijn studie heeft in de bankwereld gaan werken en heeft na anderhalf jaar sparen zijn baan opgezegd.  Hij wil een jaar door europa wandelen. Hij hoopt zo meer over zichzelf te leren en daarmee beter te kunnen besluiten wat hij wil gaan doen.

Paul, een zachtaardige Fransman, heeft ergens de dag dat ik hem ontmoet een computer opgezocht om drie programmeer opdrachten te maken, als onderdeel van een sollicitatie procedure. Zijn vorige werkgever is failliet gegaan en hij houdt van wandelen. Hij kijkt wel hoever hij komt.

Julia (USA), heeft 12 jaar bij de peace core gewerkt als verpleegkundige. In Pakistan, in Senegal. ‘Ik dacht dat ik een carrière moest opbouwen en dat dat er zo uit zag. Ik kom erachter dat ik altijd in een boekenwinkel heb willen werken. Één met een speelhoek voor kinderen. Met kunst van lokale kunstenaars. Waar het gezellig is met koffie, warme chocolademelk en koek. Maar dat was geen carrière. Ik wil tijdens de Camino nadenken wat ik nu wil gaan doen.’ Ik heb vorig jaar in Salisbury een boekenwinkel die in mijn herinnering precies eruitziet zoals zij beschrijft. Ik zoek via m’n bankafschriften de naam van de winkel op en mail haar ’s avonds een link. Er volgt nog een bedankje, maar daarna zijn we als twee schepen in de nacht die elkaar passeren op zee.

Of Jetta, Deens, die als ik met haar gedeeld heb wat mij beweegt deze tocht te maken, me vertelt dat haar oudste, haar zoon van de zomer is gaan helpen oogsten in Australië. Hij is dol op grote landbouwmachines. Haar dochter is net begonnen aan haar studie. Straks is ze alleen, ze is gescheiden. Ze dacht op de Camino eens te ervaren hoe dat is. Nu ziet ze iedereen met elkaar optrekken en vriendschap sluiten. Dat is heel anders dan zij zich had voorgesteld en nu vraagt ze zich af wat zij wil. We spreken erover en de volgende dag appt ze dat ze alleen heeft gelopen, maar wel met dezelfde mensen als gisteren gegeten heeft.

Zoveel mensen, zoveel verhalen, zoveel kleinere of grotere lessen.

Zoals die van … (ik weet haar naam niet). Het is m’n tweede keer op de Camino. De eerste twee maanden kwam ik helemaal blij en in te mood thuis de vorige keer. Ik zweefde. Na twee maanden was alles weer hetzelfde. De Camino verandert niets.