Omringd door jagers (alweer)

Ik heb eergisteren een privé kamer genomen en zonder erbij na te denken m’n laatste cash daaraan besteed. Overal waar ik met een pinpas blijk te kunnen betalen en daar vooraf naar informeer, krijg ik een licht verstoorde: ‘maar natuurlijk’. Wat zij zich blijkbaar niet realiseren is dat de helft van hun ondernemende collega’s dezelfde vraag met een licht verstoord: ‘neehee, hier niet (en hou nou eens op met dat steeds te vragen)’.

Niet nadenken en zonder cash de berg opwandel is overduidelijk mijn fout. Gelukkig kan ik bij de herberg die ik heb gereserveerd met mijn kaart betalen. Na het kruis ga ik los met twee pinten. ‘Zet maar op m’n rekening’. Als Juan Carlos (twee dagen eerder ontmoet en mee gegeten) binnen loopt vieren we ons weerzien met nog eens twee biertjes. Je krijgt het idee; het wordt een gezellige boel.

Geen pelgrimsmenu deze avond, maar met de hulp van mijn nieuw verworven Spaans vriend en de welwillendheid van een goedlachse intelligente herbergiersvrouw smul ik van een lokaal gerecht met vooral heel veel groente. Hemellief, wat ga je gevarieerde groentes missen na zo’n tijd op pad.

Juan Carlos en ik zakken stevig door en hebben een mooi gesprek over ouder worden en of er een plek is op de arbeidsmarkt voor ons. Hij is zijn baan verloren en heeft vroeg pensioen gekregen. Vreselijk vindt hij dat. Als ik suggereer dat hij dan toch erbij gaat werken, reageert hij of hij water ziet branden. Afijn, we leven in duidelijk verschillende werelden met vergelijkbare vraagstukken.

Vanmorgen vind ik in de laatste herberg van het dorp de mogelijkheid voor ontbijt. ‘Vijf euro’, zegt de vriendelijke vrouw bij de receptie. ‘Kan ik pinnen?’. ‘Nee, dat kan vanaf tien euro.’

‘Daar sta ik dan. Als ik dan zes euro pin, om de kosten te vergoeden?’. Die verantwoordelijkheid kan ze niet nemen. Ze is overduidelijk van zins mij te helpen, maar we weten niet een voor beide acceptabele oplossing te vinden. Ook mijn aanbod van de €4,85 aan muntjes die ik heb of om dan maar 10 euro te pinnen worden niet geaccepteerd. ‘Ga maar eten, dan verzinnen we straks wel een oplossing’.

Terwijl onze ‘onderhandeling’ zich voltrekt, loopt het restaurant vol met… jagers. En daar zit ik dan, opnieuw omringd door jagers. Ik koos van het buffet de yoghurt met muesli (ipv weer toast met jam en cake, wat hier gangbaar is) en ben al etend, druk in gesprek met mijn buurman. Hij leert me de basisbeginselen van de jacht. Wat me vooral opvalt is de uitbundigheid en gezelligheid van deze vriendengroep (wel 25 man) die een wekelijkse bijeenkomst hebben. Ze jagen op zwijnen en soms op wolven, maar die zitten nu elders en niet op deze berg.

Met een gevulde buik en de zalige nasmaak van café con leche nog in mijn mond ga ik terug naar die lieve vrouw. We hadden stille hoop dat er nog een pelgrim zou binnenlopen en ik ook voor hem of haar zou kunnen afrekenen, maar nee…

‘Weet je wat’, zegt ze, ‘je bent gewoon mijn gast. Het is goed zo. Laat maar zitten.’ Ik bedank haar verheugd en begin vrolijk aan de afdaling.

Terwijl de jachthonden in de hondentransport aanhangwagens mij een Buen Camino nablaffen, overpijns ik nog eens hoe je als ondernemer het voor elkaar krijgt dat je personeel liever het eten weggeeft, ipv van je regel te overtreden en minder dan tien euro laat pinnen. De dag is alweer vroeg aan zijn eerste bijzondere wending begonnen.