…mag ik Jacob zeggen?

Ik ben, sinds één dag, 54.

Een hele leeftijd, waar ik best tevreden over ben. Een maand geleden studeerde ik, te midden van jong adolescenten, vier weken wiskunde op de Universiteit van Amsterdam. Na afloop van de toets vroeg een medestudent: “…en meneer, hoe heeft u het gemaakt denkt u?”. Er worden blijkbaar nog steeds kinderen ‘wel opgevoed’, ging enigszins verbaasd door me heen. Op dat moment merkte ik dat ik tevreden was, dat het klopte. Dat ik tevreden ben met mijn leeftijd, tevreden was met zijn beleefdheid.

Nu ik m’n gesprek begin met jou, denk ik aan dat moment. Voel ik de aandrang om je welopgevoed aan te spreken. Ben je een u, een jij? Er zullen mensen zijn die zullen zeggen: een ‘het’, om daarmee te benadrukken dat je niet bestaat. Niet bestaat als persoon, hooguit als een verschijnsel.

Maar zo is het hoe het voor mij begint. Met de nodige eerbied start ik over een dag of wat met mijn reis en vraag ik me af of ik Jacob tegen je mag zeggen.

Voor nu, tot straks!