Eerste regendag

Ik sta als derde op. In de pelgrimsherberg maken een Fransman en een Italiaan zich klaar om te gaan wandelen. Ze maken niet echt aanstalten, buiten regent het.

De jongste van ons vier, een Vlaamse knul, staat als laatste op en wandelt als eerste weg. De Italiaan gaat terug naar bed.

In mijn regencape en -broek (tot over de schoenen!) fiets ik zeer comfortabel. Ik hou in als ik mijn Vlaamse herberggenoot achterop fiets en maak een praatje. Voor hem is de tocht het begin van een jaar door Europa wandelen. Zijn keuze voor de route St Jacques is gevallen omdat deze voor een groot deel samenvalt met de GR 55 (lange afstand wandelroutes) en zo rijk voorzien is van herbergen. De andere herberg gasten heb ik eigenlijk weinig gesproken, direct na het eten ging iedereen naar bed.

In een rustiek dal bekijk ik het restant van een kloosterkerk. De zoveelste. Langs de route waren veel gelegenheden voor rust en verblijf voor de pelgrimgangers. Door ze te bekijken en te ‘bestuderen’ probeer ik een beeld te krijgen bij de opkomst en neergang van deze plaatsten en daarmee van deze tocht door de eeuwen heen.

Met m’n hoorcollege Middeleeuwen op m’n koptelefoon klim ik het dal uit. De zon breekt door. Bovenop de heuvel baadt een wijngaard in de voorzichtige, maar warme stralen. Het heeft hier 5 maanden niet ‘echt’ geregend heeft Marie verteld. Verdampt kostbaar regenwater vormt nevel boven de grond. Aan de ranke hangen trossen met kleine krenterige druiven. Ik proef er één, die smaakt erg zoet.

Ik fiets 10 minuten zonder regencape. Halverwege de volgende helling miezert het opnieuw zo hard dat ik op m’n beslissing terug kom. Terug in m’n cape, staar ik onder m’n helm door omhoog naar een watertoren. Die blijken altijd op de hoogste heuvel te staan heb ik ontdekt en ik snap waarom. Waarom de weg die ik fiets nu altijd precies langs de watertoren gaat snap ik niet en is een nog onopgelost raadsel.

Bij de toren draait de bocht om de heuvel heen en blijk ik gelijk te hebben. In de verre verte is er geen hoger punt. Er is water, veel en breed water. Ik heb onverwacht zicht op de Gironde. Het gaat vanaf hier heuvel afwaarts naar de riviermond.

Na drie pogingen weet ik: uittrekken van m’n regenkleding leidt onherroepelijk tot nieuw regenval.

De route gaat over in een fietspad op een uit gebruik genomen treintaluut. Vlak en alsmaar rechtdoor gaat het. Ik rijd heerlijk en onbedoeld heel wat meer kilometers dan het plan.

Waar het spoor ophoudt begint de veerboot. Kom, kom, wenkt de matros en voor ik er erg in heb ben ik in vlakke Camargue. Boven de Gironde achter me hangt een prachtige lucht. Het regenpak kan nu ongestraft echt uit.

Ik ben enorm in m’n nopjes en besluit er nog eens 15 km aan te plakken. Zon en wind weer in de rug.