De vierde dag

Het begint wat te wennen, zo te reizen en met mijzelf te zijn. Het voelt als dat ik nu vier dagen onder weg ben. Dat pas toen ik klaar was met werken in Parijs, ik echt ben vertrokken.

Ik ga m’n lijf voelen, heel gewoon denk ik op de ‘vierde dag’. Aan de andere kant heb ik nu al twee dagen nauwelijks pijn aan knie. Dat geeft de burger moed. Ook de klimmetjes beginnen wat te wennen, hoewel ik me geen voorstelling kan maken van een berg op te fietsen als nu soms een holletje van 100 meter al te stijl blijkt.

Boeiend hoe karakter dan zichtbaar wordt. Mijn neiging om vol er tegen aan te gaan, héél hard lucht te trappen in een lage versnelling. Terwijl wat het vraagt is stoïcijns, heel rustig peddelen en dan kom ik vanzelf boven. Conditie opbouwen en spierkracht ontwikkelen over de tijd. Anderen zijn in de Pyreneeën ook bovengekomen hou ik mijzelf steeds voor.

Ik begin ook meer thuis te komen in mijn reis. De dagen krijgen ritme. Ik draai m’n bochten en wat schijn van belangrijkheid had vervaagd. In de ruimte die ontstaat komen herinneringen boven uit m’n leven van plezier, geluk, verdriet en ook spijt.

Het fietsen de heuvel op verandert zo langzaam in een proces van erdoor heen gaan om weer thuis te komen bij mijzelf.

Ik lunch met brood, lokale kaas en abricozensap bij de kerk van St George. Ik lees in het hoekje dat voor pelgrimgangers binnen is ingericht bij een oud houten beeld van Jacobus:

Je bent op weg naar Santiago.

Wees welkom in deze kerk.

Als je hier stopt, geniet van de stilte.

Luister naar wat er om je heen is

en naar je innerlijke stem.

Ik ga zitten bij het beeld van Jacob. In een stil gebed laat ik de tranen in vrijheid stromen. Ik ben lekker op weg.