De Roelandspas I

De kerkklokken beginnen te luiden. Het is 8:30. Ik zit op de stoep van de Rue d’Espagne tegenover de bakker. De bakker, de laatste halte van de wandelaars voor ze de poort uitlopen van St Jean-Pied-au-Port. De poort uit de Pyreneën in, op naar de Roelandspas.

Ik kijk met spijt naar hun vertrek. Ik wil zo graag, net als hen, vanaf hier lopen. In Bordeaux had ik een gesprek met een andere pelgrimmer die zei dat een ‘pelgrimstocht’ te voet gaat. Ik denk niet dat hij gelijk heeft, maar ik voel het wel op die manier.

Het is m’n rustdag, maar de onrust groeit. Mijn geest wervelt of ik niet toch en als ik nou… Ik verzet me hevig tegen de situatie.

Na een wandeling over de stadsmuur eindig ik bij de Spaanse poort, zet me neer op een bankje en bel een vriend om erover te praten. In tranen vertel ik het dilemma. Eén zinnetje blijft hangen, ‘Anders probeer je het toch, je hebt tijd genoeg?’.

Het geeft genoeg ruimte om open de vraag te stellen. Zou het kunnen? Hoe zou ik het kunnen?

De voorspelling is zware regen vanaf 15:00, het is 11:00. Voor ik er erg in heb ben ik begonnen aan de klim. Al wandelend besluit ik een plan om anderhalf uur omhoog te lopen en en terug te keren. Als m’n Achilles dat houdt, loop ik morgen de pas over, desnoods in twee dagen.

De zon schijnt en aan het eind van de anderhalf uur begint zachte miezer. Er staat een andere pelgrim op het punt dat ik kies om te keren. Ik vraag of ik hem gezelschap mag houden en samen kijken we naar het wonder van een regenboog. Het lijkt een poort van licht het dal in. De mooiste die ik me kan herinneren. In stilte genieten we van dit schouwspel.

Ik ontmoette O. bij de bakker in Lage Zaluwe. Voor de deur dronken we koffie en deelde m’n boterkoek. Alweer vier week en geleden. Hij vertelde me dat hij de eerste etappe, deze pas, de mooiste van zijn hele camion had gevonden.

Ik ben zo blij dat ik 600 meter heb geklommen. Het geweldig om hier te lopen en deze verlichting kado te krijgen. Tijdens de afdaling komt de regen een uur eerder dan verwacht. Ik mars de berg af en steek m’n duim op bij de eerste auto die passeert. Tien minuten later ben ik terug bij de Spaanse poort.

Terug in de herberg voel ik de licht de schrijnende pijn in m’n Achilles. De hele verdere dag zal het blijven spoken in mijn hoofd, zou ik toch niet…. Maar ik weet morgenvroeg stap ik op de fiets en deze dag op de pas neemt niemand me meer af.