Burgos, een processie; de 5 of de 10 km.

Ik koers over glad asvalt in een kaarsrechte lijn op Burgos af. Al 20 km lang rijd ik in de hoogste versnelling en met een ongebruikelijke snelheid die steeds boven de 30 km/u ligt. Elke 100 meter daal ik een meter. Dat helpt wel, maar kan de verklaring voor m’n snelheid niet zijn.

Het zijn de laatste van 90 km en 1600 hoogtemeters. Het gaat heerlijk zo. Een Spaanse vlag langs de weg verraadt een windkracht vier van schuin achter me die ik eerder niet had opgemerkt. Jacob duwt de hele dag al ongemerkt in m’n rug.

De route leidt me weg van de rechte weg door een park in de stad in. Als iets later het park overgaat in een plein stampt luid opzwepende muziek me tegemoet. Ik zie in de verte een opblaas finishboog staan.

‘Dat hadden jullie nou niet moeten doen’, denk ik. Voor een moment vindt mijzelf blijkbaar bijzonder genoeg dat ik in alle naïviteit kan denken dat dat voor mij is. Grinnekend om mijzelf en mijn zelfoverschatting zie ik dat het het decor is voor de start van een hardloop wedstrijd. Ik zweer je, even gaat door me heen: ‘Shit, ja, daar heb ik zin in! Zouden ze een 10 km hebben?’

Mijzelf de vreugde van een run ontzeggend fiets ik door. Vijfentwintig meter verder, recht een processie in. Met vaandels van Christus en vrolijke, feestelijk, maar bovenal keurig geklede mensen.

Het contrast tussen deze twee wereld vormt een wilde rivier aan gedachten in mijn hoofd. Dat gaat ongeveer zo:

Professor de Jong heeft geschreven dat de artsen de betekenisgevende rol hebben overgenomen van de priesters met betrekking tot ons lichaam (versimpeld, maar to-the-point denk ik).

Hij doelde op het inzicht dat voor vragen over leven en dood mensen vroeger naar priesters gingen en nu naar artsen. Dat men voor genezing zich tot heilige en gebed wendde en er zelfs duizende kilometer voor reisden. De geborduurde kleden met pelgrimerende zieken en wonderbaarlijke genezingsverhalen die ik onderweg tref, illustreren dit verleden.

De aanbidding van het lichaam. De veronderstelde (en soms feitelijke) maakbaarheid van ons lichaam heeft de plaats ingenomen van oude tradities om ons te verhouden tot dood en verlies aan lichamelijke mogelijkheden.

Een 10 km of marathon rennen is, op die manier bekeken, een bedevaart in deze tijd. Het sacrale dat vroeger juist buiten het fysieke lichaam lag wordt nu in en via datzelfde lichaam ervaren.

Denk aan de schuld en schaamte die mensen ervaren bij zwaarlijvigheid. Denk aan de confrontatie voor Europeanen met de Amerikaanse perfect gebleekte gebitten die wij als onnatuurlijk ervaren. Omgekeerd begrijpen zij niet dat wij,  ‘de scheeftanden’ ons gebit niet laten corrigeren. Zij zijn in onze ogen de doorgeschoten katholieken die valse goden aanbidden, wij in hun ogen de ketters die de leer van de medische moederkerk afwijzen.

Als ik op de camino om mij heen kijk, zal voor velen, net als bij mij, de sportieve uitdaging een deel van de motivatie voor de pelgrimage zijn. Met het verlies van (hopelijk flink) wat kilo’s als boete doening voor dede hedendaagse geboden: gij zult slank en  gij zult fit zijn.

Ik zit inmiddels op het plein voor de kathedraal van Burgos en kijk omhoog naar de overdadige gotische pracht. Al die heilige beelden, al die verhalen met hun troost, belering en inspiratie van 750 jaar geleden en ik vraag me af welke tastbare leidraad voor levensvragen ik en mijn rennende tijdgenoten achterlaten voor onze klein klein klein klein kinderen.